Om je elektrische auto effectief op te laden met de stroom uit je thuisbatterij heb je een communicatielaag nodig die de energiestroom regelt, omdat beide apparaten normaal gesproken onafhankelijk van elkaar op je meterkast zijn aangesloten .
Hieronder lees je hoe je dit technisch realiseert en welke apparaten hiervoor nodig zijn.
Hoe werkt de koppeling?
De thuisbatterij en de laadpaal "zien" elkaar standaard niet. Wanneer de laadpaal stroom vraagt, merkt de thuisbatterij simpelweg een verhoogde vraag in huis op en begint hij te ontladen . Om dit proces te sturen, heb je een van de volgende oplossingen nodig:
- Home Energy Management System (HEMS): Dit is een centraal "brein" (vaak een los kastje in de meterkast) dat via internet of datakabels communiceert met je omvormer en je laadpaal . Merken als Smappee of Victron bieden systemen die prioriteit kunnen geven aan de auto of juist de batterij.
- Slimme Laadpaal met Solar-modus: Sommige laadpalen, zoals de Zappi, kunnen communiceren met de stroomklemmen in je meterkast . Je kunt hiermee instellen dat de auto alleen mag laden met "overschot", wat in dit geval de stroom is die je batterij op dat moment het huis in stuurt.
- Eén gesloten ecosysteem: Als je zowel de thuisbatterij als de laadpaal van hetzelfde merk koopt (bijvoorbeeld Tesla, SolarEdge of HUAWEI), communiceren ze direct via de eigen software van de fabrikant zonder extra hardware.
Waar je rekening mee moet houden
- Vermogensverschil: Een auto laadt vaak met 11 kW, terwijl een gemiddelde thuisbatterij slechts 3 tot 5 kW kan leveren . Zonder slimme aansturing vult het net automatisch het tekort aan, waardoor je alsnog voor netstroom betaalt.
- Conversieverlies: Bij het verplaatsen van stroom van de batterij naar de auto verlies je ongeveer 10% tot 15% energie door omzetting van DC naar AC en terug naar DC.
- Slijtage: Het frequent ontladen van je thuisbatterij om een auto te laden versnelt de degradatie van de batterijcellen .
Zonder extra apparatuur of backoffice gebeurt dit dus automatisch, maar er zitten drie grote haken en ogen aan waardoor het vaak niet werkt zoals je hoopt
1. Het vermogensprobleem (Snelheid)
Een laadpaal trekt meestal 11 kW (3-fase). Een gemiddelde thuisbatterij kan vaak maar 3 tot 5 kW tegelijk ontladen.
- Gevolg: De batterij levert zijn maximale 5 kW, maar de laadpaal heeft nog 6 kW extra nodig. Die resterende 6 kW wordt dan alsnog automatisch van het dure stroomnet getrokken. Je laadt dus maar voor de helft op je batterij.
2. De batterij is in no-time leeg
Een gemiddelde thuisbatterij (bijv. 10 kWh) zit in minder dan een uur volledig leeg als je een auto oplaadt.
- Gevolg: Je hebt daarna geen stroom meer over voor je koelkast, verlichting of warmtepomp in de avond en nacht. Dat is vaak zonde, want de stroom in je batterij is waardevoller voor je huishoudelijke apparaten dan voor de enorme accu van je auto.
3. Geen controle zonder communicatie
Zonder een apparaat of software die de boel regelt, kun je niets instellen.
- De batterij zal altijd proberen de laadpaal te voeden, ook als je dat op dat moment niet wilt (bijvoorbeeld omdat je de batterij vol wilt houden voor een stroomstoring of de avonduren).
- Je kunt niet zeggen: "Laad de auto alleen op de batterij als de batterij boven de 80% vol is."
Samenvattend: De stroom gaat automatisch van je batterij naar je laadpaal omdat de batterij simpelweg het huisverbruik wil compenseren. Maar om te voorkomen dat je batterij binnen een uur leeg is terwijl je alsnog stroom van het net bijkoopt, heb je een energiemanagementsysteem (HEMS) nodig om dit proces slim te sturen.